‘Iemand laten geloven dat hij de beste is’
Wat hebben sportcoaches gemeen met de coaches van InterCoach? Meer dan je misschien zou denken, maakte zwemcoach Marcel Wouda een gehoor van coaches en coachees op 30 oktober 2008 duidelijk in Den Haag. “Je kunt van alles opleggen, maar het is het beste als het uit de zwemmer zelf komt.”

Wouda begeleidde de afgelopen jaren zwemmer Maarten van der Weijden naar goud op de 10 kilometer zwemmen in open water tijdens de Olympische Spelen in Beijing. “Iemand de beste van de wereld maken is niet zo moeilijk”, aldus Wouda. “Iemand de beste laten zijn, laten geloven dat hij de beste van de wereld is, dat is de uitdaging.”
Voortdurend schakelen
Daarbij is het voortdurend schakelen tussen personen, weet Wouda, die dertien zwemmers begeleidt. “Tegen deze persoon moet ik dit zeggen om dat gedaan te krijgen, bij de ander werkt het weer anders.”
Bij Van der Weijden moest hij af en toe duidelijk grenzen stellen. “Heel veel collega’s proberen de beste vriend van hun zwemmer te zijn, maar als het er op aankomt, moet ik wel kunnen zeggen: ‘En nu ga je dit doen’. Maarten wilde op een gegeven moment invloed op de planning, de trainingssets en op de uitvoering. Toen heb ik gezegd: tot hier en niet verder.”
Een kleine honderd mensen bezochten 30 oktober de themamiddag van InterCoach, ‘Het verhaal van de collega-coach’. Naast het verhaal van Marcel Wouda hoorden ze de uitslag van het onderzoek dat de Universiteit van Tilburg deed naar de effectiviteit van coachtrajecten en konden ze deelnemen aan workshops.
Wijsheden
Natuurlijk was er volop de gelegenheid tot netwerken, waren er hapjes, drankjes en muziek. Maar daarnaast viel in iedere workshop wel een aardige wijsheid op te tekenen.
Leila Jaffar, trainer interculturele communicatie: “Tut tut tut tut –in het Arabisch betekent dit dat je meeleeft. Het is een aanmoediging. Het betekent: vertel meer. Als je dat zegt, ben je de ideale coach.”
George Smits, psycholoog: “Boosheid is meestal het topje van angst. Als de secretaresse boos is dat de printer het niet doet en ik vraag haar waarom, zal ze zeggen: ‘Ik moet vandaag nog 400 brieven de deur uitdoen en nou doet die rotprinter het niet’. Dan kan ze veel beter die angst communiceren.”
En de laatste, zeer toepasselijk bij coachen, van Guus Reekers, theaterwetenschapper en verhalenverteller: “In het Sanskriet is ‘jij’ de eerste persoon enkelvoud. Niet ‘ik’, maar ‘jij’. Daar moet je eens goed over nadenken, hoe wijs dat is.”
