Dick Kaasjager
Tot voor kort Ministerie VWS, Directeur Gehandicaptenzorg
Coachen is voor mij een vorm van reframing.
Het is belangrijk dat de coachee gelegenheid krijgt om nieuwe invalshoeken en perspectieven te onderzoeken. Als coach ondersteun ik dat ervaren van de werkelijkheid vanuit een ander perspectief. Het volgende voorbeeld, uit mijn vroegere huisartsenpraktijk, illustreert dit: een oude vrouw vertelt mij dat haar man zo agressief is. Daar kan ik in meegaan. Ik kan ook de andere kant laten zien en haar voorhouden dat hij dus veel aandacht voor haar heeft. Het is even verrassend om het zo te bekijken, maar er ontstaat dan wel ruimte.
Bekende thema’s in de coachgesprekken zijn conflicten met leidinggevenden. Maar ook onzekerheid over hoe je het zelf als leidinggevende doet. Zo had ik eens een coachee die veel te veel stuurde. Tijdens de gesprekken ging hij ontdekken dat hij zonder al dat sturen ook al een meerwaarde had.
Als iemand gecoacht wordt, verandert hij of zij niet wezenlijk. Ik kan wel helpen bepaalde dingen sterker te maken, waardoor verhoudingen verschuiven. “Een coachtraject is een cadeau voor jezelf” of “coachen is een spiegel met meerwaarde.” Deze uitspraken krijg ik regelmatig terug. Coachen is plezierig en zinnig, èn het is nodig. Ik heb zelf ook een coach gehad. Om een goede coach te zijn, moet je jezelf kennen. Dat is een basisvoorwaarde.
Ik weet goed hoe het werkt bij de rijksoverheid. Ik ken de cultuur. Dat geeft in een gesprek met de coachee vaak al een feest van herkenning. Ik geef soms ook gewoon directe adviezen vanuit mijn eigen ervaring, omdat ik weet hoe de praktijk werkt.